|
Libië
_________________________________________
 |
De grens en de 'snor'. De grens was er wel maar de
'snor' niet. Afspraak was om 11.00 uur daar. Maar nee. Uur later
nog niet. Beambten hadden onze paspoorten en formulieren al maar
waren echt niet van plan ons zonder visum door de laten. Agent
in Tripoli zou zorgen dat de 'snor ' met alle benodigde papieren
voor een visum aan de grens zou staan. Gebeld met de
agent in Tripoli. "Hij is onderweg, nog een half uurtje". Halve
uurtjes zijn hier hele uurtjes en inderdaad, om half twee 's
middags kwam hij aanrennen. "Sorry, sorry!, welcome to Libya ".
waarop wij zeiden "we welcome you too, but we are still in
Tunesia". "Yes, yes, no problem, I will arrange it for you very
quickly". Dat very quickly viel toch wat tegen. Waar ik al
tijdens de voorbereiding een beetje sceptisch over was bleek een
probleem te zijn: visa aan de grens voor individuele reizigers
ging nog niet zo een, twee, drie. De papieren van de
'snor' bleken niet voldoende voor onze visa. Hij verdween met
een verhit hoofd in een soort hoofdgebouw om daar te gaan
soebatten met belangrijker 'petten'. Uur later kwam hij
weer buiten al roepend :'"it is oke, you go quickly now, go,
go!. Snel Clifford gestart en naar het volgende loket. Hij
had verteld dat we eigenlijk onderdeel van een groep waren die
al over de grens was en dat wij vertraging hadden opgelopen als
gevolg van het overmatig consumeren van bier in Tunesie.
Blijkbaar had hij het overtuigend genoeg gebracht: de entry
stempels stonden in onze paspoorten. (geen visum, maar oke, dat
was blijkbaar voldoende)Wij hadden ondertussen onze
klapstoeltjes neergezet en volgden het schouwspel vanuit de zon.
Was wel eens aardig om iemand anders te zien zweten om een visum
voor elkaar te krijgen! Maar we waren er nog niet; nu de auto
papieren nog. Ondanks alles wat je van tevoren hebt geregeld
moet je ter plekke nog eens een lokale verzekering kopen plus
een Libisch kenteken. Plaat voor en achter over ons Nederlandse
kenteken heen. Al rennend ging hij ons voor naar het laatste
loket voor het afstempelen van het Carnet de passage. En ook dat
kwam goed. Uiteindelijk was het 15.30 uur toen we de laatste
hindernis achter de rug hadden. Zo! nu eerst een Bavaria.
Tja, laat dat nou helaas niet mogelijk zijn in Libie, totaal
alcoholverbod. Op dat moment kwam er een andere man
bij en die zou de komende dagen met ons meerijden. Op naar
Tripoli, nog zo'n twee uur rijden.
Van het relaxte verkeer in Tunesie naar de Libische
wegpiraten. Even wennen voor chauffeur John maar toppie
gedaan. Alle bewegwijzering is in het Arabisch en zeker
zonder de 'snor' waren we die avond niet in Tripoli
aangekomen (waar dan wel weet ik ook niet want dat was ook
niet te lezen). Libie heeft niet echt veel te bieden
voor de bezoeker die niet langer dan een paar dagen blijft.
Je kunt de Sahara in maar voordat het echt de moeite waard
wordt ben je 700km verder en je moet ook weer terug want de
zuidelijkste grens met Egypte is niet open voor
buitenlanders. Langs de Middellandse Zee kust zijn voor de
liefhebbers veel overblijfselen uit de Romeinse tijd, maar
wij zijn daar toch een beetje te veel cultuurbarbaren voor.
Daarom hadden we besloten om Libië verder te laten
voor wat het was en rechtstreeks naar de Egyptische
grens te rijden, zo'n 1700 km verderop. Snor achterin.
Aardige man maar er kwam verder niet veel uit: hij wist ook
niet zo goed de weg! We hadden de indruk dat hij een beetje
nieuw in het vak was. De tweede nacht zouden we in Sirt
doorbrengen en als we op een bepaald moment niet gezegd
hadden: "Goh, moeten we hier misschien niet linksaf?" dan
waren we zo voorbij de afslag gereden.
|
 |
 |
Volgens onze goede vriend de
Lonely Planet moest er een hotel zijn in Sirt. We reden voorbij
een gebouw dat er wel hotelachtig uitzag maar wat erop stond
konden we niet lezen. "snor, is dit misschien het hotel?", "No,
this is not hotel". John en ik keken
elkaar aan en dachten hetzelfde: lijkt echt wel op een hotel!.
Omgekeerd en ja hoor, het was aan hotel. "Oh yes, this is
hotel". Fijne vent. Maar het wordt nog veen mooier. Bij
het inchecken zei hij dat wij voor z'n hotelkamer moesten
betalen. Oh, waarom dan, daar is niet over gesproken. Wij
moesten betalen omdat hij geen tent bij zich had, die had ie
niet meegenomen omdat wij gezegd hadden dat we in hotels gingen
logeren. En hij had geen geen geld. Als wij niet betaalden ging
ie terug naar Tripoli. Wij hadden voor vertrek dik betaald aan
de agent dus wij vonden dat ie maar eens even moest gaan bellen
met z'n kantoor in Tripoli. Hij bellen en na afloop van
het gesprek zei hij "oke , I stay with you". Ik was niet zo blij
meer met de snor, ik hou niet van dreigementen, maar zonder snor
heb je een probleem in Libië dus we hadden niet veel keus. De
volgende ochtend liep ie te treuzelen en zei hij dat ie toch
naar Tripoli terug ging. Z'n baas had niets geregeld, hij had
zelf het hotel betaald en had nu geen geld meer. Lekker dan! We
konden nog net de autorisatie van hem lospeuteren die hij bij
zich had en daar ging hij. Wij agentschap in Tripoli gebeld maar
daar werd niet opgenomen.Het was niet erg om van de snor
verlost te zijn maar we wisten niet hoe ver we zonder zouden
komen. Alles in het Arabisch, geen visum alleen een entry
stempel en om de 100km een check-point. Eerst maar eens
een stapel kopietjes gemaakt van de autorisatie. En
toen kwam de GPS van pas. John had inmiddels uitgedokterd hoe
het werkte. We hadden wel een kaart maar konden niet lezen op de
verkeersborden welke afslagen we moesten hebben. "GPS training
op het asfalt, en het werkte. Op naar de Egyptische grens, nog
een kilometertje of 1000. We knepen 'm wel een beetje voor de
check-points. Maar het lukte; we gaven de petten een kopietje
autorisatie. Daar stond ook de naam van de snor op: Mohammed.
Elke keer als er gevraagd werd waar Mohammed was maakten we
braakgeluiden en bewegingen en wezen we over onze schouder en
zeiden "to Tripoli". Dat was duidelijk genoeg en zo kwamen we er
steeds weer door.
Bij binnenkomst hadden we een gids van een ander agentschap
ontmoet die op een Oostenrijker stond te wachten en wij wisten
dat ze dezelfde route zouden rijden als wij. Alleen reden zij
ergens ver voor ons. Onze gedachte was dat die gids ons wellicht
wat tips aan de hand kon doen. Gassen dus maar! Na 400km hadden
we ze te pakken! Deze gids was een leuke slimme jongen en ging
helemaal uit z'n pan na ons verhaal. "Schande, schande, schande,
jullie zijn te gast in ons land!". Het feit dat we geen visum
hadden alleen een entry stempel, zou problemen geven aan de
grens. Verder hadden we meer documenten nodig om Libie te kunnen
verlaten. Hij zou aan de grens proberen ons eruit te te krijgen.
En dat viel nog niet mee. De Oostenrijker was zo over maar wij
werden teruggestuurd naar het vorige dorp om clearing te
verkrijgen. Onze agent in Tripoli werd gebeld (die kreeg de
volle laag!). Zij moesten een document van de overheid faxen.
Dat ging wel even duren. Ondertussen kantoor in, kantoor uit,
gids lullen als brugman. "Eerst maar eens koffie en later
weer teruggaan". Onderweg naar het koffiehuis sprak hij nog eens
met een man van de border security. De knikte begrijpend en zei
dat ook ging proberen iets te doen.
Inmiddels was er drie uur verstreken sinds aankomst aan de
grens en die Nescafe ging er dus wel in. Tot onze verbazing komt
er 10 min later een auto voorrijden (had blijkbaar aan onze auto
gezien waar we zaten) met een vent erin die zei dat alles ok was
en dat we nu mee moesten komen . Dat was niet tegen
dovenmansoren gezegd. Clifford met slippende banden (en veel,
heel veel stof opwerpend) achter hem aan naar het kantoor van de
Chief Security Officer. Daar voor de deur stond een dikke
Toyota Landcruiser met ronkende motor (ja, dat je door een
Toyota 'gered' moet worden is even bijten) met de Chief SO en
chauffeur klaar om ons voor te rijden. Wat er precies gebeurd
was weten we tot op de dag van vandaag niet maar we werden
geëscorteerd door alle slagbomen heen. Alle petten salueerden
naar de Chief en ook meteen maar naar ons en vijf minuten later
waren over de grens. De Chief stapte uit, bewonderde samen met
zijn gevolg onze Landrover, schudde ons hartelijk de hand en weg
was ie weer, ons toch wel een beetje in verbijstering
achterlatend! Asjemenou!! Toen we in de paspoorten
keken bleken er slechts exit stempels in te staan. Zonder visum
Libië in en uit!
Even ademhalen, want nu kwam de beruchte Egyptische grens.
Het was er een gekkenhuis. Bussen, personenwagen en pick-ups
metershoog opgeladen en ALLES MOEST ERUIT EN ERAF. In onze ogen
totale chaos maar de mensen waren allemaal erg relaxed. In elke
rij waar we stonden werden we naar voren gedirigeerd door de
beambten en in de rij voor de paspoortcontrole, duwden de mensen
ons ook naar voren zodat we eerder geholpen werden. Ik denk dat
we een loket of 10 gezien hebben. Veder werd de auto gecheckt,
chassisnummer, motornummer, autopapieren, carnet de passage en
jawel weer een mooi Egyptisch kenteken. De beambten waren
allervriendelijkst, boden ons sigaretjes en thee aan en namen
ons aan de arm mee. Oke, het duurde allemaal weer even, uurtje
of drie, maar geen stress of vervelend gedoe. Na de grens
U2 weer even door de speakers , Egypte here we come.
Vervolg verslag Egypte
|
 |
 |
|
 |
 |
 |
 |
|