laatste update : 18-12-04 18:48


 
Hoofdpagina
WAAR ZIJN ZE.COM

 

Wie zijn ze

   
 

De Achterbank

   

 Voorbereidingen 

 De route

  • Weesp (NL)
  • Italië - Genua
  • Boot- Tunesië
  • Tunesië
  • Libië
  • Egypte
  • Soedan
  • Ethiopië
  • Kenia
  • Tanzania
  • Uganda
  • Malawi
  • Zambia
  • Mozambique
  • Kaapstad

 Geplande kaartroute

 

CONTACT

   
 
   
 
 


Libië 
_________________________________________
De grens en de 'snor'. De grens was er wel maar de 'snor' niet. Afspraak was om 11.00 uur daar. Maar nee. Uur later nog niet. Beambten hadden onze paspoorten en formulieren al maar waren echt niet van plan ons zonder visum door de laten. Agent in Tripoli zou zorgen dat de 'snor ' met alle benodigde papieren voor een visum aan de grens zou staan.   Gebeld met de agent in Tripoli. "Hij is onderweg, nog een half uurtje". Halve uurtjes zijn hier hele uurtjes en inderdaad, om half twee 's middags kwam hij aanrennen. "Sorry, sorry!, welcome to Libya ". waarop wij zeiden "we welcome you too, but we are still in Tunesia". "Yes, yes, no problem, I will arrange it for you very quickly".  Dat very quickly viel toch wat tegen. Waar ik al tijdens de voorbereiding een beetje sceptisch over was bleek een probleem te zijn: visa aan de grens voor individuele reizigers ging nog niet zo een, twee, drie.  De papieren van de 'snor' bleken niet voldoende voor onze visa. Hij verdween met een verhit hoofd in een soort hoofdgebouw om daar te gaan soebatten met belangrijker 'petten'.  Uur later kwam hij weer buiten al roepend :'"it is oke, you go quickly now, go, go!.  Snel Clifford gestart en naar het volgende loket. Hij had verteld dat we eigenlijk onderdeel van een groep waren die al over de grens was en dat wij vertraging hadden opgelopen als gevolg van het overmatig consumeren van bier in Tunesie. Blijkbaar had hij het overtuigend genoeg gebracht: de entry stempels stonden in onze paspoorten. (geen visum, maar oke, dat was blijkbaar voldoende)Wij hadden ondertussen onze klapstoeltjes neergezet en volgden het schouwspel vanuit de zon. Was wel eens aardig om iemand anders te zien zweten om een visum voor elkaar te krijgen! Maar we waren er nog niet; nu de auto papieren nog. Ondanks alles wat je van tevoren hebt geregeld moet je ter plekke nog eens een lokale verzekering kopen plus een Libisch kenteken. Plaat voor en achter over ons Nederlandse kenteken heen. Al rennend ging hij ons voor naar het laatste loket voor het afstempelen van het Carnet de passage. En ook dat kwam goed. Uiteindelijk was het 15.30 uur toen we de laatste hindernis achter de rug hadden.  Zo! nu eerst een Bavaria. Tja, laat dat nou helaas niet mogelijk zijn in Libie, totaal alcoholverbod.   Op dat moment kwam er een andere man bij en die zou de komende dagen met ons meerijden. Op naar Tripoli, nog zo'n twee uur rijden.

Van het relaxte verkeer in Tunesie naar de Libische wegpiraten. Even wennen voor chauffeur John maar toppie gedaan. Alle bewegwijzering is in het Arabisch en zeker zonder de 'snor' waren we die avond niet in Tripoli aangekomen (waar dan wel weet ik ook niet want dat was ook niet te lezen). Libie heeft niet echt veel te bieden voor de bezoeker die niet langer dan een paar dagen blijft. Je kunt de Sahara in maar voordat het echt de moeite waard wordt ben je 700km verder en je moet ook weer terug want de zuidelijkste grens met Egypte is niet open voor buitenlanders. Langs de Middellandse Zee kust zijn voor de liefhebbers veel overblijfselen uit de Romeinse tijd, maar wij zijn daar toch een beetje te veel cultuurbarbaren voor. Daarom  hadden we besloten om Libië verder te laten voor wat het was en rechtstreeks naar de Egyptische grens te rijden, zo'n 1700 km verderop. Snor achterin. Aardige man maar er kwam verder niet veel uit: hij wist ook niet zo goed de weg! We hadden de indruk dat hij een beetje nieuw in het vak was. De tweede nacht zouden we in Sirt doorbrengen en als we op een bepaald moment niet gezegd hadden: "Goh, moeten we hier misschien niet linksaf?" dan waren we zo voorbij de afslag gereden.

 

 


Volgens onze goede vriend de Lonely Planet moest er een hotel zijn in Sirt. We reden voorbij een gebouw dat er wel hotelachtig uitzag maar wat erop stond konden we niet lezen. "snor, is dit misschien het hotel?", "No, this is not hotel".     John en ik keken elkaar aan en dachten hetzelfde: lijkt echt wel op een hotel!.  Omgekeerd en ja hoor, het was aan hotel. "Oh yes, this is hotel". Fijne vent. Maar het wordt nog veen mooier.  Bij het inchecken zei hij dat wij voor z'n hotelkamer moesten betalen. Oh, waarom dan, daar is niet over gesproken. Wij moesten betalen omdat hij geen tent bij zich had, die had ie niet meegenomen omdat wij gezegd hadden dat we in hotels gingen logeren. En hij had geen geen geld. Als wij niet betaalden ging ie terug naar Tripoli. Wij hadden voor vertrek dik betaald aan de agent dus wij vonden dat ie maar eens even moest gaan bellen met z'n kantoor in Tripoli.  Hij bellen en na afloop van het gesprek zei hij "oke , I stay with you". Ik was niet zo blij meer met de snor, ik hou niet van dreigementen, maar zonder snor heb je een probleem in Libië dus we hadden niet veel keus. De volgende ochtend liep ie te treuzelen en zei hij dat ie toch naar Tripoli terug ging. Z'n baas had niets geregeld, hij had zelf het hotel betaald en had nu geen geld meer. Lekker dan! We konden nog net de autorisatie van hem lospeuteren die hij bij zich had en daar ging hij. Wij agentschap in Tripoli gebeld maar daar werd niet opgenomen.

Het was niet erg om van de snor verlost te zijn maar we wisten niet hoe ver we zonder zouden komen. Alles in het Arabisch, geen visum alleen een entry stempel en om de 100km een check-point.  Eerst maar eens een stapel kopietjes gemaakt van de autorisatie.   En toen kwam de GPS van pas. John had inmiddels uitgedokterd hoe het werkte. We hadden wel een kaart maar konden niet lezen op de verkeersborden welke afslagen we moesten hebben. "GPS training op het asfalt, en het werkte. Op naar de Egyptische grens, nog een kilometertje of 1000. We knepen 'm wel een beetje voor de check-points. Maar het lukte; we gaven de petten een kopietje autorisatie. Daar stond ook de naam van de snor op: Mohammed. Elke keer als er gevraagd werd waar Mohammed was maakten we braakgeluiden en bewegingen en wezen we over onze schouder en zeiden "to Tripoli". Dat was duidelijk genoeg en zo kwamen we er steeds weer door.

Bij binnenkomst hadden we een gids van een ander agentschap ontmoet die op een Oostenrijker stond te wachten en wij wisten dat ze dezelfde route zouden rijden als wij. Alleen reden zij ergens ver voor ons. Onze gedachte was dat die gids ons wellicht wat tips aan de hand kon doen. Gassen dus maar! Na 400km hadden we ze te pakken! Deze gids was een leuke slimme jongen en ging helemaal uit z'n pan na ons verhaal. "Schande, schande, schande, jullie zijn te gast in ons land!". Het feit dat we geen visum hadden alleen een entry stempel, zou problemen geven aan de grens. Verder hadden we meer documenten nodig om Libie te kunnen verlaten. Hij zou aan de grens proberen ons eruit te te krijgen. En dat viel nog niet mee. De Oostenrijker was zo over maar wij werden teruggestuurd naar het vorige dorp om clearing te verkrijgen. Onze agent in Tripoli werd gebeld (die kreeg de volle laag!). Zij moesten een document van de overheid faxen. Dat ging wel even duren. Ondertussen kantoor in, kantoor uit, gids lullen als brugman.  "Eerst maar eens koffie en later weer teruggaan". Onderweg naar het koffiehuis sprak hij nog eens met een man van de border security. De knikte begrijpend en zei dat ook ging proberen iets te doen.

Inmiddels was er drie uur verstreken sinds aankomst aan de grens en die Nescafe ging er dus wel in. Tot onze verbazing komt er 10 min later een auto voorrijden (had blijkbaar aan onze auto gezien waar we zaten) met een vent erin die zei dat alles ok was en dat we nu mee moesten komen .  Dat was niet tegen dovenmansoren gezegd. Clifford met slippende banden (en veel, heel veel stof opwerpend) achter hem aan naar het kantoor van de Chief Security Officer. Daar voor de deur stond een dikke  Toyota Landcruiser met ronkende motor (ja, dat je door een Toyota 'gered' moet worden is even bijten) met de Chief SO en chauffeur klaar om ons voor te rijden. Wat er precies gebeurd was weten we tot op de dag van vandaag niet maar we werden geëscorteerd door alle slagbomen heen. Alle petten salueerden naar de Chief en ook meteen maar naar ons en vijf minuten later waren over de grens. De Chief stapte uit, bewonderde samen met zijn gevolg onze Landrover, schudde ons hartelijk de hand en weg was ie weer, ons toch wel een beetje  in verbijstering achterlatend!   Asjemenou!! Toen we in de paspoorten keken bleken er slechts exit stempels in te staan. Zonder visum Libië in en uit!

Even ademhalen, want nu kwam de beruchte Egyptische grens. Het was er een gekkenhuis. Bussen, personenwagen en pick-ups metershoog opgeladen en ALLES MOEST ERUIT EN ERAF. In onze ogen totale chaos maar de mensen waren allemaal erg relaxed. In elke rij waar we stonden werden we naar voren gedirigeerd door de beambten en in de rij voor de paspoortcontrole, duwden de mensen ons ook naar voren zodat we eerder geholpen werden. Ik denk dat we een loket of 10 gezien hebben. Veder werd de auto gecheckt, chassisnummer, motornummer, autopapieren, carnet de passage en jawel weer een mooi Egyptisch kenteken. De beambten waren allervriendelijkst, boden ons sigaretjes en thee aan en namen ons aan de arm mee. Oke, het duurde allemaal weer even, uurtje of drie, maar geen stress of vervelend gedoe.  Na de grens U2 weer even door de speakers , Egypte here we come.

Vervolg verslag Egypte

 

 

 

 

 

  

 

 

 
 

 


 
   


 


   
   
   
   
   

 
 




Copyright 2004-2005 John Ahlers & Anne van Deudekom