13-04 (A)Op 9 april 's ochtends alle vier weer in de
Landrover geklommen en op naar de laatste grensovergang. Wel een
mijlpaal in de reis. Het laatste land in een lange rij. Nog maar
2,5 week te gaan. Ineens is het dan toch nog snel voorbij.
Jongetje aan de grens een paar Rand betaald en hij ging voor
ons in de rij staan voor het afstempelen van de paspoorten.
Carnet de passage ging vrij vlotjes en nadat we allemaal met
onze schoenen door een bak met anti cholera chemicaliën hadden
gelopen mochten we Zuid-Afrika binnengaan. Voor de allerlaatste
keer U2 in de CD-speler en luid meebrullend met 'where the
streets have no name' reden we het land binnen waar de straten
allemaal wel een naam hebben. Terug naar de 'beschaving'. Van
het ene op het andere moment zijn er kilometerslange velden met
suikerriet, thee en graan op dezelfde grond als waar er in
Mozambique niets groeit en er verder ook niets mee gedaan wordt.
Vierbaans snelwegen met 'ANWB'-palen, glimmende pompstations,
Wimpy's met 10 soorten hamburgers, Amerikaans aandoende
winkelcentra, nieuwe auto's, banken waar je met je bankpasje
weer kan pinnen en heel veel zwaarlijvige blanke Zuid-Afrikanen. Ik zat achterin met Moos (wij hebben de kortste
beentjes) en ik heb nog even gedaan of ik het niet zag. We waren
namelijk op weg naar het Kruger Nature Park om met Hans en Moos
nog een laatste safari te ondernemen. Nog één keer kamperen in
de bush samen en de geur van verse olifantstront opsnuiven. Moos
ging achter het stuur zodra we het park binnenkwamen om zo even
het echte safarigevoel te krijgen. En niet alleen Moos
kreeg die middag een echt safarigevoel. We hadden namelijk een
ontmoeting met een uitgebreide olifantenfamilie die bijna uit de
hand liep; langzaam rijdend over een zandweg zagen we ineens op
kleine afstand drie olifanten rustig boompjes slopen en eten.
Moos stopte, zette de motor uit en op ons gemak observeerden we
de drie. Een grote dame kwam al etend steeds dichterbij en ik
werd een beetje onrustig, ben een beetje 'chicken' geworden op
mijn ouwe dag. (Ik wijt het aan de Lariam natuurlijk maar daar
zijn de meningen over verdeeld) . Vond dat Moos maar vast de
auto moest starten maar dat vond iedereen dus onzin. "dat beest
is hartstikke rustig Anne, relax ". "Oke", zei ik met
tegenzin, maar deed toch m'n raampje maar dicht. De olifant
verliet het struikgewas en ik zei weer "start de auto nou
Moos, start 'm alvast, dit gaat niet goed". Maar mijn autoriteit
in mijn eigen Landrover was ver te zoeken en niemand reageerde
op mijn gejammer. De olifant stak voor ons de weg over. Ze
keerde zich even naar ons toe, flapperde wat met de oren,
stampte met een poot wat stof op om ons even te laten merken dat
ze het er niet helemaal mee eens was dat wij daar stonden en
liep aan de overkant de struiken weer in. Daar draaide ze
haar grote kop om, om Moos nog even recht in de ogen te kijken,
maar verder gebeurde er niets. "Zie je nou Anne, niks aan de
hand". Ik pruttelde nog wat na op de achterbank. Moos
startte de auto en reed zachtjes verder. Toen pas zagen we dat
er nog veel meer olifanten tussen de struiken liepen; in alle
soorten en maten. Een paar volwassenen en wat kleintjes wilden
ook naar de andere kant van het pad maar wij stonden in de weg.
Moos reed zachtjes een paar meter vooruit. Heel zachtjes om ze
niet te laten schrikken of onrustig te maken. Ze bewogen zich
naar de achterkant van de auto en het leek goed te gaan. Op dat
moment kwam er een auto achter ons vandaan die veel te snel en
veel te dicht langs de olifanten reed. Toen was het hek van de
dam. Ineens waren er heel veel olifanten heel dichtbij die heel
boos werden; op ons! Wij stonden nog stil midden op de weg
en wij hadden het natuurlijk gedaan. "Moos, rijden, NU!!"
Dit werd een heel ander verhaal. Moos reed de auto 20meter
verder en zette 'm schuin op de weg zodat we door de zijruiten
naar achter konden kijken. De hele troep olifanten stond op het
pad te stampvoeten en te trompetterden. Het was één groot
protest en we knepen 'm toch wel een beetje. Als het hele spul
op je af komt is een aluminium Landrover ook niet echt de beste
bescherming. Het bleef gelukkig bij dreigen en dat gaf ons de
gelegenheid snel nog wat foto's te schieten. Na een paar minuten
werden ze wat rustiger en verdween de een na de andere in het
bos. We hadden nu toch allemaal wel een beetje zitten zweten.
Maar we hadden ook weer een geweldige olifantenbelevenis.
|
|
|
Krugerpark-boze oflifanten
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
storm is over
|
|
|
Kampementje weer opgeslagen in het park en daar hebben we
onze laatste spaghetti met bolognese gegeten. De volgende
ochtend hadden we een laatste ochtend-game-drive geboekt in het
park. Leuk vooral voor Moos en Hans om nog een keer in een open safari auto te zitten. Om
05.00uur moesten we ons melden bij de receptie waar de
chauffeur/gids op ons stond te wachten. Wel, hij kon de auto
besturen maar daar was ook alles mee gezegd. Hij brabbelde wat
Afrikaans tegen ons. Normaal gesproken kunnen wij Nederlanders
dat wel verstaan als het niet te snel gaat, maar deze meneer
ging een paar versnellingen te hoog voor ons (toch ook al wat
langzamer geworden Afrikaans/Nederlandse breinen). Het was nog
aarde donker en erg koud in de open auto. Met kippenvel tot op
de kruin stuiterden we met te hoge snelheid over de stoffige
wegen van het nog donkere park. Zelfs met de schijnwerpers aan
was het met deze snelheid toch echt onmogelijk enige wild te
spotten. Even na zessen kwam de zon op en zowaar daar
liepen wat gazellen en een verdwaalde giraffe. Om 07.00uur
keken we een droge rivierbeding af en riep de chauffeur "there,
two rhino lying in the sand". Ik had m'n brilletje niet op maar
meende toch echt twee buffels te zien. "Yes, there they are, two
black rhino" herhaalde hij. Wij vieren keken elkaar eens
aan en ik fluisterde "Jongens, ben ik nou gek, dat zijn toch
buffels?". "Nee Annie, je bent niet gek, het zijn ook buffels".
Deze man had het niet helemaal goed begrepen. Ik kreeg het idee
dat ie zeer recent was ingehuurd (op z'n 65) en hop achter het
stuur was gezet. Niet echt een aanwinst voor het park zou ik
zeggen. De rit zou om 08.00uur voorbij zijn. Toen we om twee
minuten voor 08.00 bij de ingang van de camping een paar
olifanten tegenkwamen nam hij niet de moeite wat langer te
stoppen en reed als een retescheet door naar de receptie.
We hadden het wel een beetje gehad met de magere wildscore na drie uur
rijden(wat gazellen en een giraf) en waren te verkleumd om
protest aan te tekenen. Soms zit het mee en soms zit het tegen.
Tentjes weer ingepakt en om 12.00uur reden we het park uit op
weg naar Johannesburg, toch nog zo'n 400km rijden. Maar zoals
gezegd prachtig asfalt en vierbaans snelwegen. Na een mooie rit
met de nodige koffie en rek en strek stopjes reden we om
18.00uur Johannesburg binnen. We hadden al eerder een hotel/guesthouse
in een buitenwijk uitgekozen dus geen gezoek in het niet zo
populaire Jo'burg. We waren nu echt terug in de
bewoonde wereld. Alles recht, heel, mooi en schoon. Kamer met
weer alles erop en eraan; warme douche, t.v., koelkast,
handdoeken, dekens, telefoon, etc. 's Avonds in bed zei ik
tegen John: "het bed is scheef, ik heb het gevoel dat ik met m'n
hoofd naar beneden lig". "Ja, ik heb dat ook" zei John "laten we
andersom gaan liggen" aldus geschiedde. Maar na een paar minuten
hadden we weer het gevoel dat we scheef lagen en toen realiseerden we
ons dat er niets met het bed mis was maar met ons. De afgelopen
maanden hadden we uitsluitend in de daktent geslapen en als die
helemaal uitgeklapt is, is ie niet helemaal vlak, geen
180graden. We lagen dus altijd ietsje hoger met ons hoofd.
Wasje afgegeven bij de receptie, ook heel fijn na al die
handwasjes, en na een douche en snelle hap in het hotel was het
al weer tijd om Hanny op te halen van het vliegveld. Met het
busje van het hotel stoven we vol gas over de rondweg Jo'burg.
Vlucht was mooi op tijd maar al wie er uit het vliegtuig kwam,
geen Hanny. De schare wachtenden dunde uit tot een man of tien
maar nog steeds geen Hanny. Waar was ze nu? Wij hadden al
visioenen van een jolige Hanny die nog steeds in het vliegtuig
zat dat inmiddels op weg was naar Kaapstad. Maar nee, daar
was ze toch. Haar koffer was echt de laatste geweest. Wat een
geweldig weerzien: het was meteen weer dolle pret met Hanny.
De volgende avond zouden Hans en Moos terugvliegen en dat
betekende dat we nog een hele dag met z'n vijven hadden. Niemand
van ons had enige aspiratie om Johannesburg te gaan verkennen
maar we wilden wel graag een bezoekje brengen aan Soweto. Je
kunt tegenwoordig een tourtje Soweto boeken. Een paar locale
mensen rijden je rond, vertellen het een en ander en laten je de
historische en andere bijzondere plekken zien: de plaats waar de
scholieren in 1976 onder vuur genomen zijn tijdens een vreedzame
demonstratie, het monument daarvoor en het museum Hector
Pieterson Museum, genoemd naar de eerste 13jarige scholier die
toen vermoord is. In het museum videobeelden en fotoreportages
vanaf de tijd dat Johannesburg in de greep van de goudkoorts was
tot en met het einde van de apartheid en alle ellende en
brutaliteit die daar tussenin ligt. Het museum heeft aan alle
kanten grote ramen die over Soweto uitkijken. In Soweto (South
West Township) is er veel veranderd sinds de afschaffing
van de apartheid; ook hier zijn er nu betere en zelfs rijke
wijken. Men zegt dat er nu ook (enkele) blanken wonen. De
buurten worden gekwalificeerd als 'the good, the bad and the
ugly: de rijke, de minder bedeelde en de straatarme.
We zijn o.a. op de markt geweest, bij het busstation en in een
Sjabeen, een Afrikaanse locale kroeg. Daar hebben we kunnen
genieten van wat ze hier melkbier noemen. Niet te zuipen!
Zit ook in een melkpak, valt het niet zo op. Aangezien het niet
te hakken was heb ik het pak aan een locale dame gegeven die er
al op liep te azen vanaf het moment dat ik het over de toonbank
aangereikt kreeg. Moos wilde wel even met haar op de foto en dat
was niet tegen dovemansoren gezegd. Behalve haar voorliefde voor
bier had ze ook een voorliefde voor vrouwen bemerkten we (en
vooral Moos). Ze ging lekker om Moos heen hangen en haar hand
gleed wel erg ver naar beneden voor een gezellig omhelzing.
|
|
|
Soweto bier
|
|
|
|
Soweto
|
|
|
|
|
Opstand 1976 memorial
|
|
|
|
Soweto straathandel
|
|
|
|
|
Soweto restaurant
|
|
|
|
Soweto slager
|
|
|
Uiteraard zijn we langs de huizen van Winny Mandela, Desmond
Tutu en de voormalige woning van meneer Mandela zelf gereden.
Naast het huis van Desmond Tutu kun je broodjes en Coca Cola
kopen en zitten tientallen mensen op het terras luidruchtig hun
versnaperingen weg te werken. Zal meneer Tutu toch ook niet erg
blij mee zijn.
Hoe armoedig het ook was, toch viel het me mee. Drie jaar
gelden hebben we in Kaapstad ook een dergelijk bezoek aan een Township gebracht en dat was veel schokkender; grotere armoede
en verslagenheid bij de mensen. Het blijkt ook dat mensen het in
Jo'burg beter hebben. Het is een grotere stad met meer
industrie en dienstverlening en dus meer werkgelegenheid.
Volgens insiders zijn de kansen voor zwarten er beter en is het
sociaal/economische verschil tussen zwart en blank er kleiner.
Bij de enthousiaste verhalen van de gids dat het
in Jo'burg nu echt veilig is moeten we toch nog onze vraagtekens
plaatsen. Natuurlijk gebeurd je niets als je met locale mensen
meegaat maar als je ziet dat in hun eigen buurtsuper de verkoper
met de kassa achter de tralies zit, heb je wel je bedenkingen.
Die avond hebben we Moos en Hans naar het vliegveld
gebracht waar tot grote ergernis bleek dat hun, de vorige dag
nog geconfirmeerde, stoelen weggeven waren en zij (met nog
20andere mensen) niet mee konden. Dat was balen. Zij
werden op kosten van KLM in een hotel ondergebracht en zijn
uiteindelijk de volgende avond vertrokken.
Samen met Hanny hebben we op 12 april Johannesburg verlaten
en zijn we naar het 400km noordelijk gelegen Tzaneen gereden. Op
onze vorige reis naar Zuid Afrika hadden we een paar nachten in
het luxe country lodge The Coach House doorgebracht. We dachten
dat we Hanny daar wel een plezier mee zouden doen. Het is wel
het andere uiterste van Afrika. Maar ik moet zeggen dat we
kamperen heel leuk vinden maar ons laten verwennen in een fijn
hotel ook niet versmaden.
vervolg Zuid-Afrika 2